In het Structuurplan van 1968 stond dat er vier woonwijken zouden komen rond een nieuw stadscentrum: Palenstein/Driemanspolder, Meerzicht, Buytenwegh de Leyens en Seghwaert. Al in het begin van de jaren zeventig was duidelijk dat de woningnood in de Haagse regio nog lang niet was opgelost. Er moest meer gebouwd worden. Vanaf 1973 overlegden het rijk, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Zoetermeer over een vijfde wijk in Zoetermeer.

Noord en zuid

De provincie wilde ten zuiden van de rijksweg A12 bouwen. De gemeente wilde bouwen ten noorden van de wijk Seghwaert. Jarenlang ruzieden rijk, gemeente en provincie over de bouwlocatie. In 1984 viel eindelijk het besluit: er zou zowel in het noorden als in het zuiden van Zoetermeer worden gebouwd. Ten noorden van Seghwaert zou Noordhove gerealiseerd worden – de naam was afkomstig van een boerderij aan de Zegwaartseweg -, ten zuiden van de A12 zou de wijk Rokkeveen komen. Daar zijn vanaf 1988 2250 woningen gebouwd. Of er nog meer woningen zouden volgen, hing af van de bouwcapaciteit van Den Haag.

Vinex

De gemeente Zoetermeer was ervan overtuigd dat het niet bij die 2250 woningen zou blijven. Daarom zijn veel voorzieningen, zoals het wijkwinkelcentrum, het gezondheidscentrum en het wijkpark gebaseerd op een volledige wijk. In het kader van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex) – een rijksnota uit 1991 – ging het sein op groen. Er moesten zo’n 10.000 woningen in Zoetermeer komen te staan. Het grootste deel daarvan kwam in de wijk Oosterheem. Maar ook in Noordhove kwamen circa 1400 woningen. In 1998 werden de eerste sleutels van deze nieuwbouw uitgereikt. In 2002 was de wijk eindelijk voltooid. De wijken Rokkeveen, Oosterheem en Noordhove en de aangrenzende bedrijventerreinen vormen tezamen de ‘tweede schil’ van Zoetermeer.

Geld

Geld speelde een grote rol bij de bouw van de eerste woningen van Noordhove. De economie zat tegen en de gemeente wilde de wijk zonder rijkssubsidies bouwen. Omdat er geen tekorten in de grondexploitatie mochten ontstaan, werd er steeds efficiënter ontworpen. Men probeerde veel huizen te bouwen op een beperkte hoeveelheid grond. Naast de groeikernsubsidies (van het rijk) kon de gemeente Zoetermeer beschikken over nog een andere geldkraan: de zandwinning in de Zoetermeerse Plas. Met de opbrengsten van het kostbare zand kon de ophoging van de wijk Noordhove, maar ook de aanleg van de Noordhovese en Benthuizerplas worden gefinancierd.

Wijkopzet

Voor de eerste woningen van Noordhove koos men niet voor de kleinschaligheid van de wijken Seghwaert en Buytenwegh de Leyens, maar voor ‘rationele’ stedenbouw en architectuur. Dat kwam omdat men anders over wonen was gaan denken. Ook de verslechterde economische situatie vanaf eind jaren zeventig speelde een rol. De lanen werden strak en lang, de woonblokken recht en hoekig en de architectuur sober. Typisch voor de jaren tachtig: de eerste woningen in Noordhove waren vrijwel allemaal laagbouw. Dat was goedkoper, en er was geen politiek draagvlak voor hoogbouw. In de tweede serie woningen van Noordhove is meer afwisseling in woningbouw. Elk van de zes deelgebieden heeft een eigen soort architectuur, met veel negentiende-eeuws aandoende, vrijstaande bouw. Duurzaamheid is een belangrijk thema. Veel woningen zijn ecologisch opgezet; op sommige plaatsen wordt het regenwater opgevangen.