De titel ‘burgemeester’ bestaat al in de zestiende eeuw. Steden hebben ook dan al ‘burgemeesteren’ naast de schout en schepenen. De burgemeesters van toen kun je het beste vergelijken met onze wethouders. De eerste burgemeesters in de zin zoals wij die nu kennen doen hun intrede als het Koninkrijk der Nederlanden wordt gesticht, in 1815. Iedere stad heeft vanaf dat jaar een burgemeester die door de koning wordt benoemd. De dorpen op het platteland hebben een ‘president van het plaatselijk bestuur’. Dit stukje gaat vooral over die dorpen.

Bij de revolutie van 1795 kiest de bevolking schouten voor Zoetermeer en Zegwaart. In Zegwaart is dat H.C. Prohn en in Zoetermeer Johannes van Trigt. Door de inlijving van ons land bij het Franse keizerrijk in 1811 wordt de Franse wetgeving ingevoerd. De schouten krijgen de schouten de titel ‘maire’, een benaming die in Frankrijk nog steeds wordt gebruikt. Na de terugkeer van de Oranjes in 1813 wordt ‘maire’  vervangen door ‘president van het plaatselijk bestuur’. Deze lange titel wordt in 1817 alweer vervangen door ‘schout’. Vanaf 1825 hebben dorpen én steden burgemeesters.

Hier volgt een opsomming van alle burgemeesters van Zegwaart en Zoetermeer; voor 1 mei 1935 waren dit twee afzonderlijke gemeenten.

Burgemeesters van Zegwaart

1812-1813      P. Osy

Tussen 1812 en 1813 is P. Osy maire van Zegwaart. Van hem is bekend dat hij voortdurend afwezig is, waardoor de adjunct maire zijn taken moet waarnemen. Waarschijnlijk is hij familie van de ambachtsheer van Zegwaart, C.B. Osy. Zijn adjunct is Martinus van Graauwenhaan, die ook secretaris is.

1813-1832      Martinus van Graauwenhaan

In 1813 wordt Martinus van Graauwenhaan benoemd tot president van het plaatselijk bestuur. Hij is geboren te Delft omstreeks 1766 en gehuwd met Petronella van den Berg. In 1832 wordt hij ontslagen. Hij overlijdt in 1839 te Den Haag.

1833-1850      Willem van Galen

Willem van Galen wordt in 1789 te Rotterdam geboren. Hij is eerst secretaris van Zegwaart en wordt in 1833 benoemd tot burgemeester. Behalve secretaris en burgemeester van Zegwaart is hij ook burgemeester en secretaris van Benthuizen. Hij komt in 1835 als weduwnaar van Benthuizen naar Zegwaart en woont op verschillende adressen in de Dorpsstraat. In 1851 hertrouwt hij met Anna Cornelia Steigerwaldt. In 1850 wordt hij als burgemeester ontslagen en in 1859 overlijdt hij, nog steeds inwoner van Zegwaart.

1851-1862      Hendrik Andreas de Vijver

De Amsterdammer Hendrik Andreas de Vijver wordt in 1851 benoemd tot burgemeester en secretaris van Zegwaart en Benthuizen. De in 1819 geboren vrijgezel woont in de Dorpsstraat en vertrekt na zijn ontslag in 1862 naar Rotterdam.

1862-1882      Jacobus Lammens

Jacobus Lammens wordt in 1810 geboren te Katwijk aan den Rijn. Hij vestigt zich in 1835 in Zegwaart als graanhandelaar. In 1862 wordt hij benoemd tot burgemeester van Zegwaart. Hij blijft zijn beroep van graanhandelaar uitoefenen en krijgt daarom een aparte secretaris naast  zich. In 1863 is dit J. van Beek en vanaf 1864 de latere burgemeester C.L.J. Bos. Jacobus Lammens trouwt in 1835 met Geertje Buesing (1811-1871) en hertrouwt in 1873 met de weduwe van Cornelis Bos, Janna Karens (geboren 1818). Hij woont op verschillende adressen in de Dorpsstraat, waar hij in 1888 overlijdt.

1882-1917      Cornelis Leonardus Jacobus Bos

In 1882 wordt secretaris Cornelis Leonardus Jacobus Bos benoemd tot burgemeester van Zegwaart. Hij is behalve secretaris vanaf 1870 ook gemeenteontvanger van Zegwaart. Aangezien dit ambt niet samen met dat van burgemeester mag worden uitgeoefend, wordt de Zoetermeerse notaris Hendrik van Hamersvelt als ontvanger benoemd. C.L.J. Bos blijft wel ontvanger van Benthuizen, waar hij al sinds 1866 de penningen beheert, tot hij ook daar in 1883 tot burgemeester wordt benoemd. Zijn Zegwaartse burgemeesterschap duurt tot zijn overlijden in 1917, dat van Benthuizen tot 1903. Daarnaast is hij ook nog burgemeester van Zoetermeer tussen 1894 en 1912.

1918-1931      Frederic Sophie Guillaume Bos

In 1918 wordt C.L.J. Bos als burgemeester opgevolgd door zijn zoon, Frederic Sophie Guillaume Bos, terwijl het secretarisambt wordt vervuld door Cornelis Petrus Blaauwhof, die ook van 1918 af secretaris is van Zoetermeer. F.S.G. Bos is van 1912 tot 1931 ook burgemeester van Zoetermeer. Tijdens zijn burgemeesterschap wordt het huis van de gemeentearts verbouwd en in gebruik genomen als raadhuis. Voor die tijd vergadert de raad naast café De Jonge Prins. In 1915 wordt de eerste vergadering in het raadhuis gehouden. Helaas wordt dit pand omstreeks 1970 gesloopt. De gevelsteen met het Zegwaartse wapen is gelukkig bewaard gebleven en staat nu naast ’t Oude Huis. F.S.G. Bos overlijdt in 1931.

1931-1935 Leopold Roland Middelberg

In 1931 wordt Leopold Roland Middelberg benoemd tot burgemeester van Zegwaart en Zoetermeer. Onder zijn bewind worden de twee gemeenten op 1 mei 1935 samengevoegd tot de nieuwe gemeente Zoetermeer, waarvan hij ook weer burgemeester wordt.

Heeft Zegwaart acht burgemeesters tussen 1811 en 1935, Zoetermeer heeft er in diezelfde periode vijf meer ‘versleten’!

Burgemeesters van Zoetermeer

1795-1826 Johannes van Trigt

Johannes van Trigt is in 1795 tot schout gekozen. Hij overleeft alle veranderingen in het landsbestuur en blijft via maire, president, weer schout en burgemeester in zijn functie als eerste burger van Zoetermeer tot zijn overlijden in 1826. Naast burgemeester is hij ook secretaris en notaris. Hij wordt geboren op eerste kerstdag 1766 in Den Haag en is getrouwd met de Delftse Johanna Schaapers (geboren 1755). Het echtpaar woont in de Dorpsstraat op het huidige nummer 9 (toen nummer 2, omdat het het tweede huis is in het dorp).

1827-1852 Jacobus Bos

Als notaris en secretaris wordt Johannes van Trigt opgevolgd door Isaac Molenaar. Tot burgemeester wordt in 1827 benoemd Jacobus Bos, een telg van een al vele decennia in Zoetermeer wonende familie. Jacobus is de eerste van drie generaties ‘Bossen’, die burgemeester van Zoetermeer (en Zegwaart) zullen worden. Geboren in 1787 als zoon van een landbouwer, klimt hij al spoedig hoger op de maatschappelijke ladder door zijn huwelijk met J.E.W. van Aalst Schouten, de dochter van de ambachtsheer. Zijn schoonouders wonen in het eerste huis van het dorp en waarschijnlijk trekt het jonge stel bij hen in. Ambachtsheer Gerardus van Aalst Schouten overlijdt in 1816. Zijn vrouw Elisabeth van Reverhorst wordt dan ambachtsvrouwe. Als erfgenaam van zijn vrouw, die in 1832 overlijdt, verkrijgt Jacobus in 1833 – na het overlijden van Elisabeth van Reverhorst – de titel van ambachtsheer. Bovendien wordt hij eigenaar van het huis van de ambachtsheren. Enige jaren later hertrouwt hij met de ruim twintig jaar jongere Hadewiena van Beek, van wie hij in 1840 zijn later zo bekende zoon Cornelis Leonardus Jacobus krijgt. Op 65-jarige leeftijd wordt Jacobus Bos ontslagen als burgemeester. Na die tijd is hij nog wel enige jaren gemeenteraadslid. Hij en zijn vrouw overlijden in 1874 te Zoetermeer.

1852-1857 Mr. C.W. Hubrecht

De derde burgemeester van Zoetermeer is mr. C.W. Hubrecht, die in 1852 wordt benoemd. Hij is advocaat te Leiden en aangezien er in Zoetermeer geen passend huis voor hem beschikbaar is, blijft hij in Leiden wonen. Toch schijnt de gemeenteraad nogal content met hem te zijn geweest, want bij zijn ontslag in 1857 krijgt hij een kristallen beker op zilveren voetstuk aangeboden. Deze bokaal is nu in het bezit van het Historisch Genootschap Oud Soetermeer.

1857-1958 Johan Jurriaan Kranenburg

In mei 1857 wordt Johan Jurriaan Kranenburg tot burgemeester benoemd. Hij is geboren in 1813 te Gouda en woont bij de verver en glazenmaker Arend Verveen aan het begin van de Dorpsstraat (nu nummer 6). In juni 1858 vertrekt hij naar De Lier, waar hij als burgemeester is benoemd.

1858-1859 Gijsbertus Bruynis

Nog kortstondiger is Gijsbertus Bruynis (geboren 1817 te Gorinchem) in functie: van september 1858 tot februari 1859, waarna hij als burgemeester te Koudekerk wordt benoemd. Ook hij woont in bij Arend Verveen.

1859 Johan Wilhelm Rösener Manz

Opvolger Johan Wilhelm Rösener Manz neemt niet eens de moeite om naar Zoetermeer te komen. Hij woont eerst in Zoeterwoude en later in Voorburg. Van april tot oktober 1859 is hij hier burgemeester. Daarna vertrekt hij naar Oudshoorn.

1859-1861 Mr. Johannes Noltenius van Elsbroek

In december 1859 wordt mr. Johannes Noltenius van Elsbroek tot burgemeester benoemd. Hij blijft tot augustus 1861. Hij woont bij de veldwachter, Aart Schaap, in de Dorpsstraat vlakbij de Delftsewallen.

1861-1863 J. Gerbr. van Mierop

Tussen 1861 en 1863 is J. Gerbr. van Mierop burgemeester. Ook hij woont hier niet. Het probleem van de passende woning is ook in 1859 al opgemerkt, tijdens het bezoek dat de commissaris des konings brengt aan Zoetermeer. De raad vergadert in herberg De Gouden Leeuw (Dorpsstraat 18), de secretarie is bij de secretaris thuis en de burgemeester woont ergens anders. Een raadhuis zou toch wel makkelijk zijn! Het duurt nog vijftien jaar voordat dit probleem is opgelost. Voorlopig behelpt men zich met tijdelijke burgemeesters.

1863-1864 Jhr. George Anthonie Clifford

van april 1863 tot maart 1864 is Jhr. George Anthonie Clifford in functie. Hij is in 1833 geboren in Den Haag en woont wel in Zoetermeer, in de Vlamingstraat. In 1864 komt er een einde aan de steeds wisselende burgemeesters.

1864-1894 Hendricus Johannes Augustijn

In 1864 wordt Hendricus Johannes Augustijn, raadslid en akkerbouwer te Zoetermeer, benoemd  tot burgemeester. Hij blijft maar liefst dertig jaar aan. Deze in 1830 geboren Delftenaar vestigt zich in 1855 in Zoetermeer aan de Vlamingstraat. Hij is getrouwd met Barendina Maria Formijne en het gaat hem hier blijkbaar voor de wind, want in 1866 laat hij huize Akkerlust aan de Vlamingstraat 49 bouwen. Na zijn ontslag in 1894 vertrekt hij naar Den Haag. Tijdens zijn bestuur neemt de oude secretaris, Isaac Molenaar, ontslag en in 1865 wordt op zijn verzoek C.L.J. Bos benoemd tot secretaris. Molenaar wordt wethouder, maar overlijdt in 1866. Met hem sterft ook de eens zo bloeiende Remonstrantse Gemeente van Zoetermeer-Zegwaart uit. Burgemeester Augustijn kan ook het genoegen van een apart raadhuis voor Zoetermeer smaken: in 1874 zijn immers de oud-burgemeester Jacobus Bos en zijn echtgenote overleden, waardoor hun huis aan de Dorpsstraat vrijkomt. De gemeente koopt het aan en laat het verbouwen, zodat in 1875 de eerste raadsvergadering in het grondig vertimmerde pand kan plaatsvinden. Ook dit gebouw is helaas met de grond gelijkgemaakt. De sierstukken van de schoorstenen op het dak zijn bij de sloop in 1956 naar ’t Oude Huis overgebracht, waar ze nu nog op het dak te zien zijn.

1894-1912 Cornelis Leonardus Jacobus Bos

In 1894 wordt de secretaris Cornelis Leonardus Jacobus Bos tot burgemeester van Zoetermeer benoemd. Net zijn vader is hij ambachtsheer van Zoetermeer. In 1872 laat hij het later zo genoemde Oude Huis bouwen, waar hij met zijn gezin gaat wonen. Landelijk is hij bekend als oprichter van het Groene Kruis en voorman van de Liberale Staatspartij. In 1912 wordt hij ontslagen als burgemeester/secretaris van Zoetermeer. Zijn zoon Frederic volgt hem op.

1912-1931 Frederic Sophie Guillaume Bos

Frederic Sophie Guillaume Bos, geboren in 1877, is burgemeester van 1912 tot aan zijn overlijden in 1931. Zijn grafsteen ligt op het kerkhof van de Oude Kerk aan de Dorpsstraat. Hij is getrouwd met Catharina Elisabeth Visser, een dochter van Arie Visser, van wie de  ambachtsheer van Zoetermeer, ir. R.Ch. Visser, afstamt. F.S.G. Bos is de eerste jaren ook nog secretaris van Zoetermeer. In 1918 treedt C.P. Blaauwhof in deze functie.

1931-1938 Leopold Roland Middelberg

Na het overlijden van de derde burgemeester Bos wordt in 1931 Leopold Roland Middelberg benoemd. Na de samenvoeging met Zegwaart wordt hij herbenoemd. Hij blijft in functie t/ot en met 1938.

1939-1963 Noé Vernède

In 1939 komt mr. Noé Vernède naar Zoetermeer. Behalve de oorlogsjaren maakt hij ook de eerste aanzet mee van de plannen die uiteindelijk leiden tot de enorme groei van Zoetermeer in de jaren zestig van de vorige eeuw  en daarna. Hij wordt eervol ontslagen in 1963.

1964-1970 Georg Inundat Baron van Tuijll van Serooskerken

“De baron”, zoals hij vaak wordt genoemd, wordt in 1964 tot burgemeester benoemd. Hij ziet Palenstein gebouwd worden en de eerste spaden voor Driemanspolder in de grond steken. In 1970 wordt hij in Utrecht benoemd.

1970-1978 Jan Willem  Wegstapel

Tijdens het bewind van J.W. Wegstapel, die in 1970 wordt geïnstalleerd, groeit Zoetermeer nog eens zo hard; Meerzicht, Buytenwegh de Leyens en Seghwaert  worden op poten gezet. In 1978 vertrekt hij als directielid van Schiphol.

1978-1988 Hartman  Hoekstra

In 1978 wordt H. Hoekstra tot burgemeester benoemd. Tijdens zijn ambtsperiode komt eindelijk het lang verwachte stadscentrum tot stand en begint de bouw van Noordhove en Rokkeveen. Zoetermeer heeft het inmiddels van 5.000 tot 88.000 inwoners gebracht! H. Hoekstra maakt per 1 mei 1988 gebruik van de VUT-regeling. Zijn opvolger is per 1 september 1988 L. van Leeuwen.

 1988-2004 Luigi van Leeuwen

In 1988 komt Luigi van Leeuwen vanuit zijn burgemeesterspost in Capelle aan den IJssel als burgemeester in Zoetermeer terecht. Hij is een persoon die scherp en kernachtig optreedt en de gemeente met strakke hand leidt. Hij beschikt over een groot internationaal netwerk en staat aan de basis van het International European New Town Platform. Van Leeuwen heeft veel betekend voor het plaatselijke bedrijfsleven. Ook de ‘leisure’ (voorzieningen op het gebied van vrijetijdsbesteding) is bij hem in goede handen.

2004-2012 Jan Waaijer

Na zijn burgemeesterschap in achtereenvolgens Schipluiden en Ridderkerk treedt Jan Waaijer in 2004 via een referendum aan als burgemeester in Zoetermeer. Hij manifesteert zich als ‘bruggenbouwer’ met veel gemeenschapszin en een grote maatschappelijke betrokkenheid. Voor branden in de stad beschikt Waaijer zelfs over een eigen ‘brandpak’. Na zijn aftreden in 2012 wordt hij onmiddellijk interim-burgemeester in Woerden.

2012-          Ch. B. Aptroot

Ch. B. Aptroot is sinds september 2012 aangetreden als burgemeester van Zoetermeer.  In zijn vorige functie maakte hij als Tweede Kamerlid deel uit van de V.V.D.-fractie.

Collectie Historisch Genootschap Oud Soetermeer

“ ’t Seghen Waert”  7e jaargang, nr. 4 , september 1988 (auteur  R. Grootveld)

Bronnen:   gemeentearchieven Zegwaart en Zoetermeer

aantekeningen van J. Duinisveld.

aantekeningen van  C.J. Heeren